Veiligheidsglas volgens de nieuwe NEN 3569

Veiligheidsglas volgens de nieuwe NEN 3569

In december 2011 is de nieuwe NEN 3569 :2011 “Risicobeperking van lichamelijk letsel door brekend en vallend glas” gepubliceerd. Deze nieuwe NEN 3569 vervangt de oude NEN 3569 uit 2001 “Veiligheidsbeglazing in gebouwen”.

Ten opzichte van de oude versie heeft er een splitsing plaatsgevonden in het toepassingsgebied van de norm. Alle zaken waarbij het risico op lichamelijk letsel ontstaat als gevolg van het bezwijken van het glas (doorvalwering) en betrekking hebben op de constructieve veiligheid van het glas, zijn nu opgenomen in de nieuwe NEN 2608:2011 en zullen direct door het nieuwe Bouwbesluit worden aangestuurd. Hierbij moet worden gedacht aan eisen voor het bezwijkingsgedrag van dakbeglazing of vloerafscheidingen bij een niveauverschil van meer dan één meter, situaties die in de NEN 3569:2001 nog wel worden benoemd.

Het toepassingsgebied van de NEN 3569:2011 gaat nu alleen over het voorkomen van lichamelijk letsel door brekend en vallend glas dat verticaal is geplaatst en dat bereikbaar is voor personen. Dat wil zeggen dat men nu alleen nog kijkt naar het risico van letsel dat kan ontstaan door het onveilig breken van glas wanneer er personen tegen het glas aan kunnen vallen of stoten.

De norm hanteert nog steeds dezelfde opzet waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen:

  • De gebruiksfunctie van de ruimte waar het glas aan grenst.
  • Het type constructie waar het glas aan grenst
  • Het type constructie waar het glas in zit
  • De positie van het glas t.o.v. het vloerniveau

De toe te passen verschillende klassen veiligheidsbeglazingen volgens de NEN-EN 12600

veiligheidsglas

Gebruikersfuncties

De zes verschillende gebruiksfuncties in de NEN 3569:2011

  • Niet gemeenschappelijk deel van woon, of logiesfuncties, alsmede daartoe behorende overige gebruiksfuncties, zoals buitenbergingen en garages. B.v. woningen, appartementen en hotelkamers
  • Kantoorfuncties, onderwijsfuncties, gezondheidszorgfuncties en de niet onder a) bedoelde ruimten van woongebouwen en logiesfuncties B.V. kantoren, scholen, ziekenhuizen, verzorgingshuizen en gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen en hotels.
  • Verkoopruimten van winkelfuncties (b.v. showrooms en winkels)
  • Bijeenkomstfuncties, sportfuncties, overige gebruiksfuncties voor het personenvervoer en het gedeelte van bouwwerken – geen gebouw zijnde – mede bestemd voor bezoekers. (bv. clubhuizen, sportkantines stations theaters, bioscopen en evenementenhallen.
  • Industriefunctie en lichte industriefunctie, niet zijnde tuinbouwkas (bv. boerderijen, lichte industrie, productieruimten en fabrieken)
  • Bibliotheken en archiefruimten

Type Constructie

Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier situaties waar het glas in toegepast kan zijn:

  • I.Scheidingsconstructies en beweegbare constructieonderdelen met de onderzijde van het glas lager dan 0,85 m vanaf aangrenzend vloerniveau.
  • II. Scheidingsconstructies en beweegbare constructieonderdelen, ter plaatse van ontsluitingswegen met de onderzijde van het glas boven de 0,85m maar nog onder de 1.40m vanaf aangrenzend vloerniveau.
  • III.Deurconstructies inclusief zijlicht met de onderzijde van het glas lager dan 1,40m vanaf aangrenzend vloerniveau.
  • IV.Overig

Voor de 1e drie situaties worden er eisen gesteld aan het glas met betrekking tot het toepassen van veiligheidsbeglazing. Bij glas toegepast in situatie IV “overige” is het risico op breuk van het glas door een stootbelasting van een persoon gecombineerd met ernstig lichamelijk letsel dermate klein, dat volgens de NEN 3569 in die situaties geen eisen gesteld worden aan het breukgedrag van het glas en er volgens de NEN 3569 ook gewoon floatglas toegepast mag worden.

Deurconstructies inclusief zijlicht

Voor glas in deurconstructies volgens situatie III wordt niet alleen het deurvlak zelf beschouwd, maar ook het glas dat zich in het zijlicht direct aangrenzend aan de deur bevindt.

Hierbij wordt er een zonde aangehouden met een breedte van 0,3 m, horizontaal gemeten vanuit de dagkant van het deurkozijn, tot het direct in het vlak aangrenzende zijlicht. Indien er in deze zone zich een glasoppervlak bevindt, dan moet deze aan dezelfde eisen voldoen als het glas volgens situatie III in het deurvlak.

Welke klasse veiligheidsglas toepassen?

Voor glas in situaties I, II en III dient volgens de NEN 3569, afhankelijk van de gebruiksfunctie veiligheidsglas toegepast te worden dat minimaal aan de in onderstaande tabel genoemde veiligheidsklasse volgens de NEN-EN 12600 voldoet.

Samenvattend:

Uit deze tabel blijkt dat voortaan glas in alle gebruiksfuncties waar van de onderzijde van het glas zich onder de 0,85m bevindt en alle deurconstructies zoals schuifpuien inclusief zijlichten onder de 1.40m moet bestaan uit veiligheidsglas.

Was dit eerder niet zo duidelijk. Met ingang van het nieuwe bouwbesluit van 1 april jl. is dat anders.

Was in de “oude” NEN 3569:2001 veiligheidsglas met klasse 3(B)3 zoals draadglas nog in bepaalde situaties toegestaan, met de nieuwe NEN 3569:2011 is dat niet meer het geval.

Ingangsdatum NEN 3569:2011

Met de publicatie van de NEN 3569:2011 is de oude NEN 3569:2001 ingetrokken. Omdat de NEN 3569 niet direct aangewezen wordt vanuit het Bouwbesluit en het nog steeds een privaatrechtelijke norm betreft, is de norm vanaf de publicatie in december 2011 direct van kracht voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw.

De toepassing van veiligheidsbeglazing dient dus vanaf december 2011 volgens de nieuwe NEN 3569 beoordeeld te worden.